Indigo is gelukkig niet meer verboden in Groot-Brittannië
(NRC Handelsblad, 3 januari 2016)
Sereen, diep, mysterieus, heeft indigo al eeuwen een bijzondere
betekenis in verschillende culturen. Geoogst van bomen werden en
worden er in Centraal-Azië tapijten mee geverfd, oude Egyptenaren
gebruikten het om te balsemen, in Groot-Brittannië is het zelfs
verboden geweest om zo de inheemse kleurstof wede kans te geven.
Hoe mooi indigo is, weet ook de Schotse schilder Callum Innes. Verboden
zijn opgeheven en zijn schilderijen met indigo zijn de mooiste in
zijn tentoonstelling in De Pont. Ze zijn weinig meer dan kleurvlakken
die titelloos blijven of die hij vernoemt naar de verfkleuren, indigo,
kadmium, titaniumwit, die hij dun over grote doeken uitstrijkt met
brede kwasten. Of, wat hij ook gebruikt, is oliepapier. Dat is een
goedkoop en vettig papier waar hij lagen op aanbrengt die als een
dunne film op het papier blijven liggen. Soms zijn ze dekkend, soms
haalt hij ze weg en verschijnt het onderliggende papier weer. 'Ontschilderen',
zegt het persbericht over zijn techniek waarbij hij soms terpentine
gebruikt en wat een verweerd en eeuwenoud gevoel aan zijn toch best
jonge werk geeft.
Het is het soort kunst dat je vooral in een veelheid moet zien en
dat kan in De Pont. Het combineert zijn vroege oliepapiertekeningen
uit de jaren tachtig met aquarellen uit de jaren negentig. Die zijn
een ode aan kleur, één vlak of twee die in elkaar verlopen. Hiertussen
hangen recenter schilderijen, onder meer met indigo. Composities
van twee, drie, hooguit vijf vlakken zijn het. Misschien hebben
ze een bepaalde spiritualiteit, misschien ook niet. Het is maar
verf natuurlijk.
Dus, wat is er zo mooi aan verf? Of aan dit werk? Het antwoord lijkt
te liggen in puurheid en stilte. Waarom dat bij de ene kleur beter
werkt dan bij de andere, dat is moeilijk te zeggen. Dat brengt ons
terug naar indigo. Hoewel slechts een tussenkleur, ergens tussen
blauw en violet in, waarvan het maar raar is dat hij in de regenboog
apart benoemd wordt, heeft het een heel eigen spectrum van wasblauw
tot diepzwart. Innes zet dat in alle breedte neer. De concentratie
die daaruit spreekt wordt bevestigd door de bijna woordenloze documentaire
die in de tentoonstelling draait. Daarin zie je hem schilderen.
Dunne verf stroomt over het doek omlaag terwijl hij die met brede
kwasten in horizontale bewegingen te lijf gaat, als ruitenwissers,
tegen de zwaartekracht in.
Dit alles samen levert een mooie, ingetogen tentoonstelling op.
Wat de kunstwerken over de decennia bindt, is dat je er het werkproces,
ritme, tijdsverloop, aan afziet. Om oude mystieke kleuren in zo'n
geometrische eigentijdse kunst te duwen, dat klinkt misschien als
een keurslijf. Maar dat is het niet. Al die rechthoeken zijn immers
ook ingetogen basisvormen, tijdloos dus. Bovendien: strak is het
allemaal niet. Tussen kleurvlakken zie je grillige randen, evenals
als op de zijkanten van de schilderijen, net voorbij de gesso die
ook een hoofdrol speelt in de tentoonstelling. Gesso, een witte
grondverf om schilderijen glad te maken, strijkt hij heel dun op
doek of soms recht op de muur. Daardoor ontstaat een wit op wit
vierkant, dat hij heel dunnetjes met minieme potloodlijnen omkadert.
Nu, zo opgeschreven in woorden, is het niets. Maar in de tentoonstelling
is het alles.

Tentoonstelling: Callum Innes, I'll Close My Eyes, t/m 26 februari 2017
in De Pont, Wilhelminapark 1, Tilburg. Di-zo 11-17u. www.depont.nl
|