|
Subculturen en schilderkunst
(NRC Handelsblad, 19 maart 2007)
Subculturen zijn niet alleen interessant voor sociologen. Ook voor
de kunst. Subculturen hebben hun eigen beeldtaal, smaak en visuele
symbolen. Hoe dieper 'sub', hoe meer er te ontdekken valt. Twee
zulke 'exotische' subculturen domineren de dubbele solotentoonstelling
in de Appel. De Canadees Steven Shearer (1968) exposeert als deathmetalfan
uit een voorstad van Vancouver. Erik Parker (1968) is een Afro-American
die al schilderend op het rechte pad blijft in een kwade wereld
vol racisme en drugs. Twee ouderwets kleurrijke schildertentoonstellingen
zijn het gevolg, en dat zie je niet gauw in de Appel.
De schilderijen van Shearer vallen tegen. Op afgezaagde manier
met veel paars portretteert hij rockers met vlammende haardossen.
Zijn fotocollages van metal-idolen en strak typografische posters
met duivelse songtitels zijn beter. Zo ziet een jongerencultuur
eruit die dweept met ruigheid en duivelsaanbidding. Maar zou Shearer
voor metalbegrippen wel cool genoeg zijn? Hij laat sporen van de
kleinburgerlijke buitenwereld doorsijpelen doordat fotootjes van
tuinhuisjes opduiken en portretjes van commerciële popsterren.
Linke soep. Death metal scenes in Canadees suburbia staan niet bekend
om hun gevoel voor humor. Meer signalen wijzen erop dat Shearer
geen doorsnee metalhead is. Enkele fotocollages zijn zo doordacht
compositioneel gelijkvormig - alsof deze metalfan in Vancouver tussen
het headbangen door de fotografische beeldopsommingen bestudeert
van Ernst en Hilla Becher die daar school mee hebben gemaakt.
Erik Parkers schilderijen komen uit een andere wereld. De tentoonstelling
meldt nergens zijn huidskleur, maar je herkent de kaleidoscopische
Afrikaanse regenboogkleuren en Caribische figuratie. Zwarte roots
mixen - alleen zwarte Amerikanen doen dat zo bewust. En zo matig
als Shearer schildert, zo veel power toont Parker. Dikke, glanzende
klodders spettert hij op doek en papier en omcirkelt ze met wilde
patronen. Comicachtige figuren duiken op uit de vibrerende kleurexplosies
- half monster, half voodooman - en alle hoekjes besprenkelt Parker
met stipjes zoals de zwarte, Britse kunstenaar Chris Ofili doet.
Daartussen priegelt hij woordjes die zijn Amerikaanse leefwereld
definiëren, over pooiers, geldgebrek en geweld.
Heftige kunst allemaal. Alleen, het is een 'hoax'. Nep. De enige
subcultuur die Shearer en Parker kennen, is het kunstenaarswereldje.
Shearers persbericht meldt dat hij 'motieven ontleent aan de obscure
suburbane subcultuur' en spreekt zelfs over 'proletarische non-culturen'.
De blanke Parker zegt dat hij zich 'met een blue collar mentaliteit
van negen-tot-vijf aan de schilderkunst wijdt', en doet dat ver
van drugs en getto's.
Volgens het persbericht willen de twee met hun rollenspel commentaar
leveren op schildertradities. Dat is een onbevredigende verklaring.
Welke tradities, hoe, waarom? Bovendien kan commentaar ook zonder
alter ego's. Bedoeld of niet, hun werk raakt aan meer dan schildertradities,
het gaat over sociologie en subculturen.
Buiten het kunstwereldje geldt schilderkunst bijna overal als de
hoogste kunstvorm. Het heeft er een aura van authenticiteit en ongrijpbare
creativiteit. Als metal- of gettoculturen hun eigen codes in schilderijen
vertalen, geeft dat die codes meer status, erkenning. Discussies
over de actualiteit van schilderkunst, die Shearer en Parker in
het kunstdiscours zeker wel kennen, spelen daar geen rol. Via hun
rollenspel zetten ze de aloude schilderkunst op een voetstuk - of
ze dat nu doen als bewust statement of dat ze vooral opgaan in hun
rollenspel als metalhead en 'wigga', is onduidelijk.
Maar dat is niet onoverkomelijk. Zelfs als hun kunst vragen onbeantwoord
laat: hun aanpak prikkelt, en schilderen kunnen ze. Althans, Parker
kan dat. En kunnen schilderen speelt in het discours dan wel een
ondergeschikte, want ambachtelijke rol, in schilderkunst is het
nog altijd erg welkom.
Tentoonstelling: Steven Shearer 'Steven Shearer'; Erik Parker 'Liner
Notes'. T/m 15 april 2007 in de Appel, Nieuwe Spiegelstraat 10,
Amsterdam. Di-zo 11-18u. Inl.: 020 6255651 / www.deappel.nl
|