Van Hoek laat niets aan de verbeelding over
(NRC Handelsblad, 21 november 2006)
Op de vraag 'Wat heb je met vrouwen?', moet kunstenaar Barend van
Hoek (1969) lachen. Vreemd, want die vraag zal hij toch vaker gehoord
hebben. Van Hoek heeft één enkel onderwerp. In houtskool
tekent hij op grote vellen jonge, wulpse vrouwen, liefst zo bloot
mogelijk. En wanneer ze niet bloot zijn, dan laat de kleding niets
aan de verbeelding over. Hun strakke jeans en dunne t-shirts zijn
alleen bedoeld als wellustige verpakking voor de ronde billen en
borsten.
De lachende Van Hoek is te zien in een videoportret, dat op een
monitor draait in zijn tentoonstelling Barendsoog in Arnhem. Het
is een kleine solopresentatie van achttien tekeningen en een videocompilatie.
Op de video zie je piepkorte sketches: meisjes die oefenen voor
een bonte avond, een zadel dat tussen twee vrouwenbillen verdwijnt.
Op de tekeningen liggen pubermeisjes op de vloer van hun meisjeskamers
huiswerk te doen, tenzij ze gekneveld zijn of de beschouwer met
zaadvragende ogen aankijken. Anderen zitten zonder slipje op een
fiets of scheren hun schaamheuvel. Het zou sensueel kunnen zijn,
ware het niet dat Van Hoek sommige vrouwen een monsterlijke apentronie
meegeeft. Hoe exhibitionistischer het lijf, hoe akeliger de grijnzende
kop erboven.
Niet alles is zwaar erotisch. Op vijf à zes tekeningen lopen
jongeren onschuldig te flirten op een parkeerplaats, drinken ze
koffie of hangen ze met rooktoeters uit een auto om te vieren dat
hun voetbalclub gewonnen heeft. Daar haalt Van Hoek meer tevoorschijn
dan alleen billen en borsten. In deze werken maakt hij er een spel
van om hoofd- en bijzaken evenveel aandacht te gunnen. Met zijn
altijd even dikke tekenlijn zet hij de contouren neer van wapperende
haren, autobanden, wandcontactdozen - alles even helder en gedetailleerd.
Die ogenschijnlijke details geven soms een mooie dynamiek aan de
compositie. De tekening van de voetbalfans, met strakke vlaggen
en rookpluimen herinnert aan communistische posters van arbeiders
op tractoren, zoals de fans met geheven kin voor zich uit kijken.
Voorwaarts, de victorie wacht!
Het zal vanwege die paar situatieschetsen zijn dat de zaaltekst
Van Hoeks tentoonstelling typeert als een portret van de jeugd van
nu. Maar de sfeer is anders. Deze jeugd lijkt eerder uit de jaren
zeventig of tachtig te stammen. Hun exhibitionisme heeft eenzelfde
verveling als in Hollandse films uit die jaren, zoals Spetters,
waarin personages vanwege seksuele vrijheid en lamlendigheid dan
maar aan liefdeloze seks doen. Maar vooral is Van Hoek schatplichtig
aan een specifieke held van die tijd: striptekenaar Robert Crumb.
De cartooneske tekenstijl waarmee Van Hoek mollige vrouwenlijven
en priemende tepels tekent, lijken soms letterlijke beeldcitaten.
Alleen zijn Van Hoeks meisjes nooit zo subtiel intimiderend als
die in Crumbs morsige wereldbeeld. De apenkoppen die als satire
op de mensheid bedoeld zijn, blijken in de praktijk storende beeldelementen
die niet passen bij de rest van de tekeningen. Nergens ontstaat
een spannende versmelting van pornografie en angst of afkeer zoals
Crumb dat kon, maar ook velen voor hem in de kunstgeschiedenis,
zoals de misogyne schilders Balthus en Alfred Kubin.
Uiteindelijk beantwoordt Van Hoek in het videoportret toch de vraag
over zijn fascinatie voor vrouwen. Die is hetzelfde als bij andere
mannen, zegt hij. Hij heeft ook wel eens landschapjes geprobeerd
maar dat boeide hem niet. Vrouwen wel. Hij wil dat zijn werk meteen
de aandacht grijpt, zoals een mooi meisje op straat dat ook doet.
Dat lukt. Billen en borsten vallen onmiddellijk op, dikke zwarte
tekenlijnen ook. Maar daar blijft het dan bij. Al zitten er mooie
compositionele vondsten tussen, zijn werk is weinig meer dan platte
pubergeilheid.

Tentoonstelling: Barendsoog, t/m 7 januari 2007 in het Museum voor
Moderne Kunst Arnhem, Utrechtseweg 87 Arnhem. Inl.: 026 - 351 2431
/ www.mmkarnhem.nl
|